De nieuwe WcW is onder andere opgezet om de publieke sector een grotere regie te geven in de aanleg en het beheer van warmtenetten . Deze regie bestaat uit drie elementen:
- ·de gemeente is verantwoordelijk voor de vaststellen van warmte kavels en de aanwijzing van het warmtebedrijf dat verantwoordelijk wordt voor de aanleg en beheer van het collectieve netwerk
- ·het warmtebedrijf dat wordt aangewezen moet in het geval van meer dan 1500 aansluitingen een publiek meerderheidsaandeel hebben
- ·de ACM draagt de zorg dat de tarieven die worden geheven door het warmtebedrijf acceptabel zijn
Als verlengstuk van deze regie opzet en het feit dat deze infrastructuur een collectief doel heeft, wordt een publieke financiering algemeen als een logische vervolgstap gezien. Echter is deze conclusie de juiste in hedendaagse financiële situatie van de nationale en de meeste lokale overheden?
Al sinds enkele jaren, heeft de overheid grote problemen in de juiste allocatie van de beschikbare middelen, en het vinden van noodzakelijke bezuinigen of belasting inkomsten. Gedurende de laatste maanden wordt het ook steeds duidelijker dat de Nederlandse infrastructuur (wegen, bruggen, dijken, etc.) aan een grote opknap beurt toe is om de Nederlandse economie maar ook de gemeenschappelijke veiligheid niet in gevaar te brengen. Met andere woorden, de druk op de Nederlandse overheidsfinanciering neemt rap toe en leidt tot een toename in de Nederlandse schuld of belastingverhoging wanneer alles met publieke gelden moet worden gefinancierd.
Helaas kunnen de bovengenoemde infrastructuur investeringen meestal slechts met publieke middelen worden gefinancierd. Er zijn echter uitzonderingen en de financiering van ZLT-U netten kan er een zijn. De ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een ZLT-U netwerk kan goed met private middelen gebeuren zonder dat daarbij de publieke sector de noodzakelijke regie verliest. Door middel van een “concessie” kan duidelijk worden vastgelegd wat de private sector moet doen en onder welke voorwaarden dit moet gebeuren. Hiermee wordt de verantwoording voor de uitvoering (en het daarmee gepaard gaande risico wat betreft bouw en exploitatie) gelegd bij de private partij.
Het klopt dat met een concessie de publieke sector als geheel een stuk vrijheid verliest in het opzetten, implementeren en exploiteren van het netwerk. De vraag is echter of door de bovengenoemde combinatie van drie regie elementen de vrijheid nu niet te groot is omdat er geen duidelijke verantwoordelijkheid bestaat tussen de verschillende publieke instanties. Deze “vaagheid” maakt het eenvoudig om principiële beslissingen over het “wat en hoe” van het toekomstige net door te schuiven naar de volgende instantie: de gemeente bepaalt een warmtekavel en wijst een warmtebedrijf aan zonder de doelen van het project duidelijk te definiëren. De redenatie is dat deze definitie niet essentieel is omdat het project toch in publieke handen blijft.
Gelukkig gaat het in de meeste gevallen goed, maar als het echt fout gaat, is er plots niemand meer die de verantwoording draagt en de consument en/of de belasting betaler draaien geheel op voor de financiële gevolgen.
Daar tegenover staat dat binnen een private oplossing er meer duidelijkheid gegeven wordt wat “regie” betekent en dus wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van het project. De concessie geeft de rol van opdrachtgever en controller aan de publieke organisatie en die van uitvoerder aan de private organisatie. Bij het opstellen van de concessie overeenkomst worden de partijen gedwongen om de prestatie indicatoren van het project duidelijk te definiëren en vast te leggen. En zelfs als het geheel fout zou gaan, dan zorgt een goede concessie overeenkomst er voor dat de private partij opdraait voor de financiële gevolgen die ontstaan door een slechte uitvoering en onrendabele business case.
Tenslotte, door middel van goede afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst tussen de private partij en de publieke partij, behoeft een meerderheidsaandeel van de publiek sector (zoals nu vastgelegd in de WcW) geen belemmering te zijn in het opzetten van een concessie waarbij de private partij verantwoordelijk is voor de project ontwikkeling, realisatie en exploitatie.De publieke sector deelt hierdoor in de eventuele winsten en heeft toegang tot essentiële informatie ten aanzien van het warmtebedrijf dat zij kan gebruiken in haar rol als concessie verlener.
