Het financieren van Warmtenetten

01.11.25 01:32 PM - By Rik Joosten

Met de nieuwe wet WcW gaat het erom dat de publieke sector een grotere “regie” krijgt over de ontwikkeling van warmtenetten. Gezien de ontwikkeling met betrekking tot de energie prijzen voor het collectieve verwarmen van woningen is deze wens begrijpelijk, maar of de voorgestelde aanpak leidt tot de beste en meest betaalbare optie, is echter de vraag.


Om te begrijpen of de huidige voorstellen voor warmtenetten “betaalbaar” zijn, is het belangrijk vast te leggen wat “betaalbaar” betekend en voor wie. Met “betaalbaar” wordt in eerste instantie gedacht aan de eindgebruiker van de warmte: kan en is de gebruiker bereid de voorgestelde tarieven te betalen voor de af te nemen hoeveelheid warmte.  Echter ook de leverancier van de warmte vraagt zich ook af of zijn business model “betaalbaar” is: kan de leverancier de warmte leveren tegen de vastgelegde tarieven geven de gemaakte en verwachte investeringen en de exploitatie en financieringskosten na aftrek van de eventuele beschikbare subsidies. Tenslotte kan de overheid zich ook afvragen of de gevraagde hoeveelheid subsidies “betaalbaar” zijn binnen haar budget.

Gezien de grote van het overheidsbudget leggen velen de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat de warmte betaalbaar is voor de gebruiker snel neer bij de overheid. Te meer omdat ze vaststellen dat de private sector als leverancier niet heeft gedemonstreerd dat zij een voor de gebruiker een betaalbare oplossing kon leveren omdat zij “grote winsten” (i.e. een aangenomen onevenredig rendement of het ingezette kapitaal) maakte. Naast het verstrekken van een investeringsfinanciering met minimaal rendement, wordt een overname van de regie over het hele proces ook gezien als een methode om de levering van warmte meer betaalbaar te maken voor de gebruiker. De oplossing lijkt dus eenvoudig, maar is deze oplossing ook betaalbaar voor de overheid.

De grotere regierol van de overheid is in de wet ingevuld door het verplicht stellen dat de publieke sector een meerderheidsaandeel moeten nemen in alle bestaande en toekomstige warmtenetten met meer dan 1500 aansluitingen. Deze beslissing heeft als gevolg gehad dat ten minste de twee grootste private warmtebedrijven aangekondigd hebben nieuwe activiteiten in het aanleggen van warmtenetten stoppen en hun investeringen te verkopen aangezien ze niet als minderheidsaandeelhouder willen blijven. Eneco heeft daarvoor een bedrag van €1 miljard geëist. Helaas heeft de overheid op dit moment slechts een potje van €224 miljoen voor alle aankopen van warmtenetten gereserveerd. Met ander woorden, het is niet ondenkbaar dat het potje met minimaal €1 miljard moet worden opgehoogd.
Als met deze €1 miljard investering, de toekomst van deze bestaande netten binnen de objectieven van de energie transitie verzekerd zou zijn, dan is de te maken investering bij de overheid waarschijnlijk “betaalbaar”. Echter de meeste van deze bestaande netwerken voldoen niet aan de energietransitie en de CO2 criteria voor 2040 en er moet rekening worden gehouden met substantiële investeringen gedurende de komende jaren. Deze investeringen hebben in eerste instantie betrekking op het verwijderen van de huidige gascentrales, maar ook op het eventuele ombouwen van de huidige HT (MT) netten naar ZLT netten (1)

Naast de investeringen met betrekking op de bestaande netten, vragen ook de aanleg van nieuwe warmtenetten door publieke warmtebedrijven om grotere overheidsbijdragen.  Al deze investeringen kunnen zeker doormiddel van het voorgestelde garantiefonds worden gefinancierd met goedkopere (BNG en/of commerciële) bankleningen, maar dan moet natuurlijk dit garantie fonds met de noodzakelijke gelden zijn uitgericht. Helaas is dit op het huidige moment is dit niet het geval. De momentaan gereserveerde €150 tot €200 miljoen staan in tot geen enkele relatie tot de werkelijke behoeften die in de tientallen miljarden kunnen lopen. Anders gezegd: zijn al deze investeringen dus werkelijk “betaalbaar” voor een overheid die daarnaast bijdragen moet leveren aan vele andere nationale verantwoordelijkheden (gezondheidszorg, onderwijs, defensie, woningbouw, grootschalige verkeersinfrastructuur, …) .

In een groeiende welvarende economie met een laag budget tekort zouden al deze wensen kunnen worden gerealiseerd (i.e. alles is betaalbaar), echter de situatie is op dit ogenblik niet zo rooskleurig en keuzen moeten dus worden gemaakt. In tegenstelling tot investeringen in bijvoorbeeld onderwijs en defensie, kunnen de investeringen in warmtenetten wel privaat gefinancierd worden en daarmee de financiële druk op de overheid verminderen. In veel gevallen, zijn private bedrijven zelfs beter in staat deze lokale warmtenetten efficiënt te runnen dan een publiek bedrijf dit kan doen omdat ze andere prikkels hebben in het doorvoeren van de efficiëntie en veel minder afhankelijk zijn van politieke invloeden. Zoals het verleden heeft laten zien, wil dit echter niet zeggen dat dit mogelijk is zonder een duidelijk project georiënteerd kader met goed gedefinieerde randvoorwaarden die aangepast zijn aan de lokale omstandigheden. 

Helaas is het huidige wetgevingskader niet toegepast op een lokale bedrijfsvoering in de zin dat de controle op de uitvoering op landelijk niveau is georganiseerd met de gemeente als een soort lokale partner zonder dat ze een volledige verantwoordelijkheid hebben in het structuren van het lokale project. Tot op zekere hoogte, wordt getracht dit mogelijke mankement te verhelpen door de publieke sector (veelal de gemeente) een direct meerderheidsaandeel te geven in hat warmtebedrijf. Het mogelijke resultaat van deze goedbedoelde aanpak brengt het risico met zich mee dat de project organisatie nog ondoorgrondelijker wordt waardoor de kans op vertraging en stopzetting, maar ook op latere problemen (financiële verliezen) toeneemt. Of met ander woorden, er is een grote kans dat in 2040 we constateren dat  de energietransitie verre van of geheel niet gehaald is.

De oplossing zou kunnen zijn dat met in achtneming van de nieuwe wet, de gemeente en het aangewezen warmtebedrijf gezamenlijk tot afspraken komen omtrent het kader waarbinnen het project gerichte warmtebedrijf moet werken. Dit kader zou betrekking moeten hebben op de definitie van het toekomstige warmte (en koude) net dat is onderbouwd door een vast realisatie budget en een vast (inflatie gecorrigeerd) tarief voor de periode waarin de investering door het warmtebedrijf terugverdiend moet worden. Binnen dit kader heeft het warmtebedrijf de uitvoeringsverantwoordelijkheid en moet de gemeente ervoor zorg dragen dat het warmtebedrijf zich houdt aan de afgesproken randvoorwaarden.


Om het juiste realisatiebudget te verkrijgen, zou de gemeente de opdracht moeten uitschrijven. De partij die de meest optimale aanbieding doet wordt dan uitgenodigd om de aandeelhouder te worden in het warmtebedrijf naast de publieke meerderheidsaandeelhouder op basis dat de private partij de financiële verantwoordelijkheid heeft. Dit betekent dat binnen het vastgelegde budget en het aangeboden tarief, de aandeelhouders delen in de gemaakte winsten of verliezen. 

Met andere woorden, het warmtebedrijf en daarmee in het bijzonder de private partij richten zich onder andere op hoe het warmtenet moet worden aangelegd, hoe zij de voorgestelde tarieven verzekeren kan, en hoe zij voldoet aan de leveringsvoorwaarden van warmte. De private partij wordt gestimuleerd een efficiënte oplossing te leveren doordat zij binnen een afgesproken kader verlies en winst kan maken.
Deze voorgestelde aanpak kan geheel binnen de nieuwe wet en kan de aanleg van nieuwe warmtenetten betaalbaar maken voor de gebruiker en de overheid. 


(1) De toenemende isolatie van individuele huizen, de installatie van een groeiend aantal warmtepompen en aircons leid tot een constante reductie van de warmte afname. Het gevolg is dat de operationele kosten stijgen en inkomsten dalen en dat dus business case voor HT/ MT totaal wegvalt als tarieven niet kunnen worden aangepast of er geen overheidsbijdragen komen.

Rik Joosten

Rik Joosten

CEO & CO-founder