Participatie

02.06.26 08:10 AM - By Rik Joosten


Er is al veel geschreven over de noodzaak om een goed participatie proces te organiseren voordat met de aanleg van een warmte (en koude)net wordt begonnen. Dit participatietraject is vastgelegd in de Omgevingswet en de Wet Collectieve Warmte (Wcw). He doel is om belanghebbenden (zoals bewoners en bedrijven) in een vroegtijdig stadium te betrekken bij het opstellen van het Warmteprogramma en dus om een draagvlak en zeggenschap van bewoners te borgen.


Vaak wordt dit participatietraject gebruikt om ervoor te zorgen dat er voldoende aansluitingen worden verzekerd zodat een positieve business case voor het netwerk kan worden opgezet. Met andere woorden, het hoofddoel is dus om het volloop risico zo klein mogelijk te maken zodat het mogelijk wordt om het project voornamelijk met bankleningen (BNG liefst) te financieren.


De vraag is echter of een participatie proces wel de juiste methode om een financiering mogelijk te maken. Om een antwoord hierop te geven is het nodig een onderscheid te maken in kleinere netwerken (met 100 of zelfs 200 aansluitingen) en grotere netwerken (1000 tot 5000 of meer).


In het eerste geval is het percentage van de toekomstige aangesloten partijen dat een actieve bijdrage levert relatief hoog. Ze zijn direct betrokken vaak via hun lokale energie coöperatie omdat ze een daadwerkelijke bijdrage kunnen leveren aan het uiteindelijke resultaat en omdat hun directe financiële bijdrage de realisatie kans van het project verzekert.


Het resultaat van de “ver van mijn bed show” te samen met het langdurige participatie proces en het vaak moeilijke financieringsproces is het verlies in het vertrouwen dat de voorgestelde oplossing er werkelijk komt. Het gevolg is dat vele potentiële “klanten” met voldoende financiële middelen overgaan tot de aanleg van hun eigen warmtepomp. Het financiële succes van het collectieve project komt daarmee in het gedrang aangezien de kosten over minder aansluitingen verdeeld moeten worden. Met andere woorden, tenzij er meer subsidies komen betalen degenen die niet hun eigen oplossing kunnen realiseren, meer voor de warmte.


Misschien moet daarom de aanpak rondom een collectief netwerk niet beginnen met een participatie proces maar slechts met een overtuigend (kort) communicatie proces. In het bijzonder wanneer het gaat om een ZLT-U netwerk dat op basis van een “glasvezel” aanpak wordt aangelegd kan een participatie proces worden voorkomen. Niemand is verplicht om zich aan te sluiten, maar velen zouden zich willen aansluiten omdat de financiële condities aantrekkelijk zijn.


Als er naast het vermijden van het participatie proces, ook een snellere manier van voorfinanciering zonder bankleningen kan worden georganiseerd dan kan de huidige tijd van 5 jaar of langer tussen het idee en de aansluiting terug worden gebracht tot misschien wel 3 jaar. In plaats van te investeren in vele haalbaarheidsstudies, moeten we investeren in de realisatie van het netwerk. Als we dit gezamenlijk gaan doen, krijgen we Nederland sneller van het gas af.

Rik Joosten

Rik Joosten

CEO & CO-founder